Google maakt ons niet dom, we gaan beter schrijven en lezen, en de meningen over de mate van vrijheid van informatie zijn verdeeld. Dit zijn de conclusies uit alweer de vierde versie van het onderzoek “The Future of the Internet” dat uitgevoerd wordt door PEW.
Vorige week kregen we een dringend verzoek van FMO: er moest een digitale nieuwjaarsgroet ontwikkeld worden, en snel ook! Bij Tam Tam houden we wel van een uitdaging, en dus werd er in alle haast een concept bedacht, geanimeerd door Phonk en online gegooid. Het idee? Kinetische Typografie inzetten om de mission statement (meestal niet de meest sexy teksten) van de organisatie in een vorm te gieten die zo aantrekkelijk is dat anderen bereid zijn hem door te sturen. Het resultaat mag er wezen.
Deze week ging een van de grote projecten waar ik dit jaar aan heb meegewerkt live: de nieuwe website van UNICEF. De strategische gedachte achter deze website was: houd overal rekening met de supporter journey. Wat dat precies inhoudt, wordt hieronder uitgelegd.
Unicef Frontpage
Marketeers hebben het vaak over de customer journey, een soort van reis die potentiele klanten maken als ze voor een product of dienst kiezen, en daar hoort dus ook het netwerk van die persoon bij, het voortraject, de beleving zelf, en het natraject. Iets vergelijkbaars voor de non-profitsector (waar je vaker doneert of helpt dan dat je daadwerkelijk iets koopt) is nog niet echt te vinden, en dus heb ik uit een aantal van mijn presentaties die over dit onderwerp gaan een algemeen verhaal gedestilleerd. Hierbij een eerste aanzet.
De taken en vragen van de supporter zouden voor een non-profit centraal moeten staan in hun online communicatie. De ‘reis’ die een supporter maakt, begint al voordat deze een website bezoekt, als dat uberhaupt al gebeurt. Kort gezegd bestaat de supporter journey uit de volgende onderdelen:
Dat de non-profitsector, en in het bijzonder de ontwikkelingssamenwerking, het de komende jaren zwaarder te verduren gaat krijgen, mag inmiddels wel duidelijk zijn: Bert Koenders heeft een kleiner budget vanwege de kredietcrisis, en van de nieuwe subsidieronde hoeven we ook niet te verwachten dat er evenveel geld verdeeld zal worden als in de afgelopen periode.
Toch is dat niet alleen maar slecht nieuws: ontwikkelingssamenwerkers focussen zich meer op efficientie, er wordt beter nagedacht over campagnevoeren voor het nederlands publiek. Wie herinnert zich bijvoorbeeld de draak van een (inmiddels volledig overleden) campagne “Nederland niet kapot te krijgen” nog? Precies, niemand, en toch zijn er tonnen in gestoken ondanks het feit dat elke geit met een bril kon zien dat de campagne tot mislukken gedoemd was: vage doelstellingen, geen karakter en vooral: geen publiek dat er interesse in had. Typische vriendjespolitiek tussen mensen die over veel te veel geld mochten beschikken. Geld dat veel beter besteed had kunnen worden.
Gelukkig zijn er ook nog organisaties die bereid zijn om mee te groeien met hun publiek, die niet bang zijn om buiten gebaande paden te treden en in tijden van kritiek bereid zijn om simpelweg antwoorden te geven. Cordaid is zo’n organisatie. Hun nieuwe campagne “Cordaid, de ontwikkelingssamenwerker” is te zien op TV en radio, en valt te beleven op Internet. Wat houdt het in? Stel online een vraag aan Cordaid, dat mag best een kritische vraag zijn, en je krijgt binnen een paar dagen een echt antwoord, van een echte medewerker van de organisatie. Kijk maar.
En nee, dan bedoel ik niet Paris Hilton. Dat wisten we al. Maar om even kort het verschil aan te geven tussen televisie en internet: toen Neil Armstrong op de maan landde, bekeek iedereen hetzelfde fragment op televisie. Toen ging men slapen, en de volgende ochtend had iedereen het er over, op kantoor, op school, in de kroeg. Dat is televisie: 1 boodschap uitzenden naar een grote groep mensen. Andere media, zoals de telefoon, zijn goed in het verbinden van individuen. Internet is heel erg goed in het combineren van die twee dingen: het kan 1 boodschap overbrengen naar een grote groep mensen, en ondertussen ook individuen met elkaar verbinden. Een daarom ging het wereldwijde internetgebruik 33 procent omhoog, en werden er duizenden reacties per minuut geplaatst op Facebook, toen dit meisje 1 zin sprak:
Kennelijk praten we hier heel erg graag over met anderen.
Gisteren hield ik een presentatie op de Hogeschool INHolland te Amsterdam over de rol van de online communicatieadviseur in de ‘digitale wereld’. En, zoals het hoort, werkte de presentatie niet goed en klonk het geluid vreselijk. Dat mocht de pret echter niet drukken. Mijn doel was om met de presentatie duidelijk te maken dat ‘communicatieadviseur zijn’ niet betekent dat ‘klanten van advies voorzien’ je voornaamste taak is. Ik heb drie, meer specifieke, taken gedefinieerd.
Taak 1: Samen met je klant de aansluiting bij je doelgroep vinden.
Je doelgroep praat op een manier die de klant vaak niet (meer) begrijpt, doordat ze simpelweg te oud, te vastgeroest, te eigenwijs zijn of omdat ze geen tijd hebben om zich met de communicatievormen van hun klanten bezig te houden. Daar komt de communicatieadviseur van pas! Vooral de jonge, net afgestudeerd communicatie-experts zijn de geschikte mensen om bedrijven en organisaties te vertellen hoe hun doelgroepen praten, waarover ze praten en waar ze er over praten.
Taak 2: Denken vanuit het doel.
De meest gehoorde zin in mijn wereld is: “Wij moeten ook een…” met daarachter een willekeurige nieuwe online tool. De taak van de communicatieadviseur is: vraag onmiddelijk “Waarom?”. Denken vanuit het doel helpt je bij het maken van keuzes in middelen, en vormt uiteindelijk je strategie (zie verderop).
Taak 3: Eerlijke, authentieke en echte oplossingen bedenken.
De communicatieadviseur snapt de online communiceren ook betekent dat de waarheid een stuk minder makkelijk te verdraaien valt dan via de ouderwetse broadcastmedia. Je vertelt de waarheid, of je vertelt niets: zo simpel is het. Pas dan toon je je doelgroepen dat je hen serieus neemt. Jaren geleden las ik in het boek “Generatie Einstein” dat men tegenwoordig geen enkele behoefte meer heeft aan de communicatieve lardering van boodschappen met behulp van ‘raps’, vooral niet van Nederlandstalige raps! (En geloof me, dat was heel erg populair in 2004!). En wat hoor ik vorige week op de radio? Dit wanstaltige product!
Het ene deel van je werk valt dus te vatten in deze 3 taken, en de uitkomst daarvan: een strategie. Hoe vorm je zo’n strategie? Dat hangt grotendeels van je eigen voorkeuren af, maar over het algemeen kan je stellen dat de volgende onderdelen er ongeveer in moeten zitten:
Het bepalen van de volgende dingen:
- Waar is je klant goed in? (SWOT)
- Wat wil je klant? (Interne analyse)
- Wat willen hun doelgroepen? (Externe analyse)
- Hoe ziet de (digitale) buitenwereld eruit? (Trendanalyse)
En het antwoord op de vraag:
Hoe gaat je klant in die digitale (online) buitenwereld de dialoog aan met de doelgroep, en hoe versterkt hij de band, terwijl gewerkt wordt aan het bereiken van bedrijfsdoelstellingen?
Werken als communicatieadviseur is echter niet alleen maar het uitvoeren van taken. Uiteindelijk gaf ik de kersverse professionals dus nog wat tips mee. Je kan in dit werkveld twee kanten op, naar mijn idee: je kan een gladde jongen worden, of… iets anders. Als je een gladde jongen wil worden (toen ik nog bij Oxfam werkte, noemden we ze “matte Kezen”) moet je drie dingen doen: je scheren (of als je een vrouw bent: een map in je hand houden. Waarom? Google maar eens naar plaatjes van een “business woman“), heel erg vaak “web2.0, viral en deliverables” zeggen, en lang zijn! Lang zijn? Ja, lang zijn verhoogt de kans op succes significant, zo ontdekten meneer Judge en meneer Cable in hun onderzoek.
Als je geen gladde jongen wil worden, dan is het belangrijk dat je ongehoorzaam blijft, fouten durft te maken (angst voor fouten levert middelmatige tot slechte resultaten) en gelukkig bent en blijft met wat je doet: plezier straalt af op je klant en op datgene wat je uiteindelijk produceert. Dat is dus ook meteen een reality check voor jezelf: als je zelf niet meer gelooft wat je zegt, of als je er niet meer blij van wordt: kappen met je baan!
U ziet het niet, maar langzaam en stilletjes wordt er aan de stoelpoten van het fenomeen SMS gezaagd. Nu moet u niet schrikken: er worden jaarlijks enkele biljoenen (een 1 met 12 nullen) smsjes verstuurd, en dat verandert niet van de ene dag op de andere, maar de eerste stap is gezet toen Apple “push notification” introduceerde op de Iphone. Op zich niets nieuws, zoals de meeste updates van Apple, maar hiermee werd het ook mogelijk om twitter-berichten (of berichten van gelijksoortige en wellicht nog niet uitgevonden diensten) naar je telefoon te laten sturen, ook al draait je twitter-app niet.
Zit op #bakfiets. Effe busje ontwijken
U kunt het zelf wel bedenken: het is niet zo moeilijk om twitterfon of twitterific op je Iphone te installeren, en als je een pop-upje krijgt zodra iemand een direct message of een reply stuurt, waar is dan nog de behoefte aan SMS-jes, die in vergelijking met de gratis tweets onvoorstelbaar duur zijn? Goed, je vrienden moeten dan ook een Iphone hebben, en ook twitteren, maar dat zijn technische kleinigheden die in de loop der tijd geen belemmering vormen (Tijdens de introductie van de oldskool huistelefoon kon je ook pas gaan bellen toen anderen ook een telefoon kochten).
De reactie van telecom-providers is voorspelbaar. We zagen eerder al dat T-mobile een wanhopige poging deed om tethering met de Iphone tegen te houden, ook van het gebruiken van Skype over mobiel internet moeten ze niets hebben (Gratis bellen? Wat?!) dus tegen het pushen van Twitterberichten zal ook wel weer protest komen.
Het mooie hiervan is dat het tegensputteren nu precies een indicator is van de potentie van een nieuwe systematiek als push notification: als het geen bedreiging vormde maakten de telecommers er hun zachte handen niet aan vuil. Kijk ook maar naar de bijna aandoenlijke manier waarop stichtingen als Brein (site ligt er op dit moment uit vanwege boze hackers) proberen om een wereldwijd geaccepteerd systeem te bevechten dat beter, sneller, makkelijker en eerlijker voor distributie van muziek en film kan zorgen dan het huidige systeem dat zij verdedigen.
Ach, eigenlijk zei Larry Lessig het nog het beste: ook in de politiek is het zo dat het systeem meestal al gevallen is, lang voor de machthebbers zich hier bij neerleggen.
Leuke vraag bij een workshop vanmiddag: “Dat levert dus wel een heleboel werk op, dat online aanwezig zijn?”. Een terechte vraag ook, want ja: dat doet het inderdaad. En dat is maar goed ook, want het zou erg vreemd zijn als een strategische omslag naar communicatie via een nieuw medium geen enkel effect op de organisatie zelf zou hebben.
Bloggen op andere sites dan die van jezelf, twitteren, wikipedia-pagina’s over je thema’s bijhouden en meepraten op fora, het zijn maar een paar voorbeelden van de activiteiten die je werknemers zullen moeten gaan ondernemen. Om nog maar niet te beginnen over het bijhouden van plaatsen waar over je gepraat wordt via Google Alerts. Veel organisaties spelen hier op in door door hun webmasters (degenen die het zenden van informatie naar de achterban moeten stroomlijnen) om te scholen tot medewerkers met prachtige functienamen, zoals “Community Steward” of “Crowdsourcer”. Met andere woorden, mensen die het veld in rennen en de discussie aangaan.
De steward, altijd in voor 'n praatje.
We lachen er nu nog een beetje om, maar dat komt voornamelijk omdat alle verandering eng is, en doordat we papieren media nu eenmaal op een voetstuk hebben staan. Vergelijk het volgende maar eens: wie durft er nu al te zeggen dat ‘ie de hele dag het internet afstruint, op zoek naar discussies, en dat ‘ie er dan ook nog voor betaald krijgt?! Je collega die de hele dag interessant met mappen door de gang loopt en dagelijks met zijn of haar neus in de papieren zit, wordt al gauw tot de boekenwurm (of academicus, als je in een hele vriendelijke organisatie werkt) bestempeld. En dat terwijl de community steward niet alleen moet lezen, maar ook nog eens honderden, zoniet duizenden anderen te woord moet staan.
Hoe dan ook: de community steward, de crowdsourcer, de online communicatiemedewerker, zal een duidelijke keuze moeten maken voor de thema’s waar hij/zij over meepraat, en over welke niet. Je kan immers niet overal over alles meepraten, maar het liefst wel op plekken waar al een groot publiek is.
En de belangrijkste taak van bovengenoemd persoon is de volgende: maak jezelf overbodig. Over 10 jaar lachen we natuurlijk om het feit dat 1 of 2 personen verantwoordelijk waren voor de online aanwezigheid van een organisatie: daar zijn we toch allemaal voor verantwoordelijk? Helaas is dat een instelling die nog bij weinig organisaties is terug te vinden, en tot die tijd zal de community steward het druk hebben!
Of ik alsjeblieft GEEN ADVERTORIAL bij dit bericht wil plaatsen. Welnu, ik ben de kwaadste niet, dus: zie de titel. Maar ik moet zeggen, aangezien deze GEEN ADVERTORIAL ook nog eens gaat over een bruut stukje Cliff Diving, vond ik dat ik het filmpje best met u kon delen.
U zei...