U kunt het zelf wel bedenken: het is niet zo moeilijk om twitterfon of twitterific op je Iphone te installeren, en als je een pop-upje krijgt zodra iemand een direct message of een reply stuurt, waar is dan nog de behoefte aan SMS-jes, die in vergelijking met de gratis tweets onvoorstelbaar duur zijn? Goed, je vrienden moeten dan ook een Iphone hebben, en ook twitteren, maar dat zijn technische kleinigheden die in de loop der tijd geen belemmering vormen (Tijdens de introductie van de oldskool huistelefoon kon je ook pas gaan bellen toen anderen ook een telefoon kochten).
De reactie van telecom-providers is voorspelbaar. We zagen eerder al dat T-mobile een wanhopige poging deed om tethering met de Iphone tegen te houden, ook van het gebruiken van Skype over mobiel internet moeten ze niets hebben (Gratis bellen? Wat?!) dus tegen het pushen van Twitterberichten zal ook wel weer protest komen.
Het mooie hiervan is dat het tegensputteren nu precies een indicator is van de potentie van een nieuwe systematiek als push notification: als het geen bedreiging vormde maakten de telecommers er hun zachte handen niet aan vuil. Kijk ook maar naar de bijna aandoenlijke manier waarop stichtingen als Brein (site ligt er op dit moment uit vanwege boze hackers) proberen om een wereldwijd geaccepteerd systeem te bevechten dat beter, sneller, makkelijker en eerlijker voor distributie van muziek en film kan zorgen dan het huidige systeem dat zij verdedigen.
Ach, eigenlijk zei Larry Lessig het nog het beste: ook in de politiek is het zo dat het systeem meestal al gevallen is, lang voor de machthebbers zich hier bij neerleggen.
]]>Bloggen op andere sites dan die van jezelf, twitteren, wikipedia-pagina’s over je thema’s bijhouden en meepraten op fora, het zijn maar een paar voorbeelden van de activiteiten die je werknemers zullen moeten gaan ondernemen. Om nog maar niet te beginnen over het bijhouden van plaatsen waar over je gepraat wordt via Google Alerts. Veel organisaties spelen hier op in door door hun webmasters (degenen die het zenden van informatie naar de achterban moeten stroomlijnen) om te scholen tot medewerkers met prachtige functienamen, zoals “Community Steward” of “Crowdsourcer”. Met andere woorden, mensen die het veld in rennen en de discussie aangaan.
We lachen er nu nog een beetje om, maar dat komt voornamelijk omdat alle verandering eng is, en doordat we papieren media nu eenmaal op een voetstuk hebben staan. Vergelijk het volgende maar eens: wie durft er nu al te zeggen dat ‘ie de hele dag het internet afstruint, op zoek naar discussies, en dat ‘ie er dan ook nog voor betaald krijgt?! Je collega die de hele dag interessant met mappen door de gang loopt en dagelijks met zijn of haar neus in de papieren zit, wordt al gauw tot de boekenwurm (of academicus, als je in een hele vriendelijke organisatie werkt) bestempeld. En dat terwijl de community steward niet alleen moet lezen, maar ook nog eens honderden, zoniet duizenden anderen te woord moet staan.
Hoe dan ook: de community steward, de crowdsourcer, de online communicatiemedewerker, zal een duidelijke keuze moeten maken voor de thema’s waar hij/zij over meepraat, en over welke niet. Je kan immers niet overal over alles meepraten, maar het liefst wel op plekken waar al een groot publiek is.
En de belangrijkste taak van bovengenoemd persoon is de volgende: maak jezelf overbodig. Over 10 jaar lachen we natuurlijk om het feit dat 1 of 2 personen verantwoordelijk waren voor de online aanwezigheid van een organisatie: daar zijn we toch allemaal voor verantwoordelijk? Helaas is dat een instelling die nog bij weinig organisaties is terug te vinden, en tot die tijd zal de community steward het druk hebben!
]]>]]>
Een aantal dingen waar online publicerende organisaties mee te maken krijgen:
The long tail
Dat laatste bereik je door openheid: geef bezoekers de mogelijkheid om online te reageren op je publicaties (ja, dat is inderdaad iets dat je 8 jaar geleden al had moeten doen) en zorg dat je online presence in orde is: luister niet alleen, maar praat ook mee en gedraag je op een manier die men van je verwacht (ben je een autoriteit, of ben je een facilitator? Wordt er van je verwacht dat je een mening hebt, of hoor je objectief te zijn?).
Information overload
Je bezoeker heeft een enorme berg informatie om uit te kiezen, en die berg wordt alleen maar groter. Iedereen publiceert tegenwoordig wel iets online, en dan publiceert men ook nog steeds meer. De reactie van de doelgroep? Selectief zijn, en filteren. Door met je doelgroep mee te praten en ze te leren kennen, kan je er voor zorgen dat je ‘top of mind’ wordt, oftewel: jij gaat mee in mijn dagelijkse RSS feeds. Als je besluit om andere kanalen in te zetten, laten we twitter maar weer eens als voorbeeld nemen, zorg er dan voor dat je ook daar iets interessants te bespreken (niet vertellen) hebt. Elke dag om 15.15 uur een persbericht twitteren valt daar dus niet onder!
Crowdsourcing of community management
Veel publicerende organisaties hebben een achterban die op zoek is naar toepasbare kennis. Die kennis zit gedeeltelijk in publicaties verwerkt, maar deels ook in de hoofden van mensen die de publicaties al eens in de praktijk hebben gebruikt. Het volstaat niet meer om alleen die initiele informatie te verspreiden: je moet als organisatie ook een ingang vormen voor het uitwisselen van praktijkervaring en overpeinzingen van je gebruikers. Oftewel: als een ambtenaar een brochure over inburgeringscursussen bij je heeft besteld (of die informatie online bij jou heeft gevonden) is hij waarschijnlijk ook erg blij met de contactgegevens van een collega-ambtenaar die zich al jaren met dit soort cursussen bezighoudt.
Een laatste tip: focus op de lange termijn. Internet is een ideale plek om iemand op laagdrempelige wijze binnen te slepen, aan je organisatie te verbinden, en die relatie vervolgens uit te bouwen. Hoe meer je van iemand weet, hoe beter je de informatievoorziening op zijn/haar behoeften kan afstemmen. Het is van groot belang om rekening te houden met loyaliteit van je relatie (als je het voor- en natraject van de daadwerkelijke kennisafname goed verzorgt, stijgt de loyaliteit) en met de verschillende levensfasen waarin een individu zich bevindt: een student is op zoek naar andere info en wil zich op een andere manier met je verbinden dan wanneer hij een zakenmannetje met 2 kinderen is.
]]>Elk nieuw medium heeft tijd nodig om zijn eigen vorm te vinden, zo ook Twitter. Het overgrote deel van de ‘twitteraars’ praat nu nog volop over hoe lief de kat vanavond wel niet was, en hoe heerlijk het kopje koffie smaakte, maar daar ligt niet de onderscheidende kracht van Twitter.
Non-profits moeten praten over, u voelt ‘m al: non-profit. Volgers volgen je organisatie om de dingen die je bereikt, en niet de dingen die medewerkers doen. Dat wil overigens absoluut niet zeggen dat een persoonlijke schrijfstijl uit den boze is: integendeel! Liever 10 losse medewerkers van een organisatie die twitteren, dan een twitterfeed van ‘organisatie x’ met saaie, onpersoonlijke berichten die verwijzen naar een persbericht of nieuwitem op de site.
Een andere belangrijke overweging is de ROI (Return on Investment). Het wordt, zeker in de komende jaren, steeds belangrijker om aan te tonen wat het daadwerkelijke effect van online communicatie is. En hoewel Twitter al vaker succesvol is ingezet als fondswervende tool, kan het ook een grote waarde bieden bij het verhogen van de loyaliteit van je achterban.
En net als bij alle andere sociale online media gelden de 5 gouden gedragingen:
- Luister: Niet meteen beginnen met praten, luister naar de taal van je doelgroep.
- Doe mee: er wordt van je verwacht dat je inhoudelijk reageert, aanvult, becommentarieert.
- Laat los: Probeer niet te bepalen wat je achterban doet.
- Wees Eerlijk: De waarheid verdraaien voor je achterban lukt niet, vraag maar aan Stivoro
- Denk lange termijn: liever een klein resultaat nu (misschien geen donatie, maar wel een facebook-vriendschap) en bouw die relatie uit op basis van de wensen van je doelgroep.
Twitter is een geweldige tool als het gaat om online organiseren, online feedback krijgen, en korststondige, korte termijn-fondswerving (”we hebben NU 1000 euro nodig!”).
]]>